NL - Sitemap D - Kanaloa GB - Kanaloa
 
2002 Gamers' Choice Awards Nominee  
 

 

Kanaloa

Een tactisch spel voor 3-4 spelers vanaf 12 jaar*

Kanaloa-Brettspiel

Pele - Göttin des Feuers und der VulkanePele - Göttin des Feuers

Inhalt:

Bij het spel horen
Waar gaat het om
Spelvoorbereiding

Startfase
Bewegen van een spelfiguur
Offeren

De Godenkaarten:
  Kanaloa  Ku   Pele   Lono

Einde van het spel + Puntentelling

Regels voor 3 spelers
Regels voor 2 spelers

Tactische aanwijzingen
Overzichtskaart
Dank aan...

*met extra regels voor 2 spelers
   Speelduur: ca. 90 minuten

Auteur: Günter Cornett        -        Grafisch ontwerper: Claudius Schönherr

(nederlandse vertaling van het Duitse spel: Frank Wils, http://www.spel-info.nl/)

 

Bij het spel horen:

  • 1 spelbord: Hierop staan 12 eilanden die met elkaar verbonden worden door 28 zeestromen. Op elk eiland bevinden zich 2 plekken voor offerandes. Verder staat er een dolfijn op het bord.
     
  • 28 visjes
    (7 per spelerskleur)
     
  • 8 spelfiguren
    (2 per spelerskleur)

     

  •  
Spielplan
  • 4 godenkaarten:
    Kanaloa, Ku, Pele und Lono
     
  • 4 beschermingskaarten:
    Kanaloa, Ku, Pele und Lono
     
  • 2 overzichtskaarten
     
Kanaloa Pele
  • 110 tempelstenen:
    (in de kleuren van de 5 goden)
     


Tempelsteine
40 x             40 x                 30 x
waarde 1   waarde 3       waarde 9

 
  • 104 houten stenen:
    • 11 vulkaanstenenvulkaanstenen
    • 93 offers:offers
VulkanausbruchOpfer für Kanaloa Opfer für Ku         
Opfer für Pele oder Lono
Opfer für Kane
      • 24 zijn aan een god gewijd
        (per god 3x de waarde 4 en 5)
      • 36 zijn aan 2 goden gewijd
        (met de waarden 2,3 en 4)
      • 33 universeel inzetbare Kane-stenen
        (met de waarden 2,3,4, en 5)
  • 1 buidel voor offers en vulkaanstenen
     
  • 1 vulkaan
     
  • Deze spelregels in tweevoud

    Voor het eerste spelÖ

    Ö moeten de stickers met de offers en de vulkanen op de houten stenen geplakt worden. De overzichtskaarten, godenkaarten en beschermingskaarten laten zich makkelijk uit het A4 papier halen.


Bijzondere regels

In het spel voor 2 en 3 personen zijn de beschermingskaarten niet nodig en wordt maar op respectievelijk 8 en 10 eilanden gespeeld. In het spel voor 2 blijft daarom ook een deel van de steentjes in de buidel.

Meer hierover aan het eind van deze regels.
 





Waar gaat het om:

Een archipel van 12 eilanden ergens ten zuiden van Hawaii: de spelers reizen van eiland naar eiland en verzamelen offers, om die aan de goden te offeren. Als tegendienst ontvangen zij de nodige ondersteuning en de voor de spelzege benodigde tempelstenen.
 

 

De vijf invloedrijkste Hawaiiaanse Goden

kanaloa Kanaloa - God van de zee en wind - help de spelers van eiland naar eiland te reizen.
KuKu - God van de oorlog (en helende kruiden) - helpt de spelers bij gevechten om voedsel. Me noemt hem ook wel de Eilandenrover.
PelePele - Godin van het vuur - haar toorn laat een vulkaan spuwen
LonoLono - God van de vruchtbaarheid (en van de vrede, spelen en weer) - zorgt ervoor dat er op elk van de 12 eilanden voldoende voedsel is.
KaneBoven iedereen staat Kane - God van het leven en de zon

De 4 goden Kanaloa, Lono, Ku en Pele ondersteunen de spelers die het meeste aan hun offeren. De offers aan de oppergod Kane zijn bijzonder belangrijk voor de puntentelling aan het eind van het spel.
 





Spelvoorbereiding:

De tempelstenen en de beschermingskaarten worden naast het spelbord gelegd.

De offers worden in de buidel gedaan. Uit deze buidel worden (willekeurig) 24 offers getrokken en open op de daarvoor bestemde vakjes op de eilanden gelegd.

Vervolgens worden nog 6 offers en een vulkaansteen getrokken. Deze worden gemixt en gesloten op het Bambus-logo op het spelbord gelegd. De overige 10 vulkaanstenen gaan in de buidel met de offers.

Iedere speler neemt de 2 figuren en 7 visjes van zijn kleur en trekt een (willekeurige) godenkaart. De speler met de godenkaart Pele krijgt ook de vulkaan. .

De beide overzichtskaarten de achterkant van de spelregels met de tactische aanwijzingen worden zo klaargelegd, dat elke speler snel een blik kan werpen op het rondeverloop en de mogelijkheden van de diverse goden.
 

Wij raden aan voor het eerste spel:

Een speler legt het spel uit aan de hand van de spelregels, terwijl een andere speler het tweede exemplaar van de spelregels gebruikt om voorkomende vragen op te zoeken. Visjes die met een anderskleurige staart afgebeeld zijn, worden met de witte kant naar boven geplaatst, de anderen met de gekleurde kant naar boven.
 

Verder raden wij aan eerst het "Inzetten van de visjes" over te slaan en voor het eerste spel de startopstelling op de volgende illustratie te gebruiken. startopstelling
(Afbeelding vergroten)

 



Startfase:

Als de bovengetoonde startopstelling gebruikt wordt, kan verder gelezen worden bij Inzetten van de spelfiguren weiterlesen.
 

Einsetzen der Fische:

. Beginnend met de speler die de godenkaart Ku heeft, zet iedere speler om de beurt (met de klok mee) zijn visjes in.

Een vis wordt zo op de zeestroming tussen 2 eilanden geplaatst, de kop van de vis naar 1 van de 2 eilanden wijst. In latere beurten volgt de beweging van een spelfiguur van eiland naar eiland altijd de richting van de vis, van staart naar kop.

Bij het inzetten van de visjes moet opgelet worden, dat aan het einde van deze fase aan elk eiland minstens 1 vis met de kop en 1 vis met de staart ligt. Beter nog: Elk eiland moet in principe altijd bereikt en verlaten kunnen worden.

  

Er bestaat de theoretische mogelijkheid, dat tijdens deze fase door onopmerkzaamheid een situatie ontstaat waarin van 2 (of meer) naast elkaar gelegen eilanden alle visjes wegvoeren of juist er naartoe voeren.

Als er vervolgens een keer verbinding naar dat eiland moet worden gemaakt, moet eerst een visje goed gelegd worden. De speler met de godenkaart Kanaloa legt vervolgens een geldige situatie neer, waarin 1 van de visjes dus van richting veranderd wordt.

Deze oplossing mag echter alleen in geval van nood gebruikt worden. Ziet 1 van de spelers dat in de beurt van een van zijn medespelers een regelgeldige situatie kan ontstaan, moet hij dit melden. Deze speler mag dan een extra beurt uitvoeren.

Ook de Kanaloa-speler mag tijdens het spel geen regel-ongeldige situatie creŽren.


De spelers mogen zelf kiezen of ze de vis met de witte of de gekleurde kant naar boven leggen. Maar al in de startfase moet bedacht worden:
Spelfiguren mogen slecht over witte visjes of over visjes van hun eigen kleur bewegen. Na elke beurt, wordt de vis waarover bewogen is naar de andere zijde gedraaid (wit/gekleurd). De richting van de vis blijft daarbij onveranderd.
 

Inzetten van de spelfiguren:

Als alle visjes ingezet zijn, zetten de spelers -beginnend met de speler die de godenkaart Ku bezit- om de beurt hun eerste spelfiguur in. Tijdens de startfase mag slechts 1 figuur op een eiland staan. Tijdens het latere spelverloop geldt deze beperking niet meer.

Het tweede spelfiguur mag tijdens de startfase nog niet ingezet worden. Deze kan tijdens het spel slecht door een offer aan Lono, god van de vruchtbaarheid, ingezet worden.

  

Uit tactische overwegingen is het belangrijk, de visjes niet alleen met de eigen kleur naar boven te plaatsen.

Bij het inzetten van het spelfiguur moet men erop letten, dat de rovende Ku-speler niet op het veld kan komen waar men staat, of waar men wil trekken.

(zie ook de tactische aanwijzingen achterin deze regels)


 



Spelverloop:

Als alle visjes zijn ingezet en iedere speler een spelfiguur heeft geplaatst, begint de Ku-speler met de eerste spelbeurt.

Wie aan de beurt is, heeft de keuze uit de volgende 2 mogelijkheden:

    - 1 van zijn spelfiguren bewegen of
    - aan een god zoveel offeren als gewenst.

1 van deze actie moet uitgevoerd worden. Hiernaast mag ook een eigenschap van een godenkaart gebruikt worden.
 

Bewegen van een spelfiguur

De speler beweegt met zijn spelfiguur over een wit visje of 1 van zijn eigen kleur, in de richting van de staart naar de kop , naar een buureiland. De vis wordt aansluitend gelijk omgedraaid zodat de andere kleur naar boven ligt, maar dezelfde richting behoudt.

Kan een speler niet bewegen, omdat geen wit visje of 1 van zijn eigen kleur naar een ander eiland wijst, dan kan de speler ook 1 van de volgende alternatieven gebruiken:
 
  1. De vis van een andere speler omdraaien. Een vis die met de staart naar het eiland wijst, waarop de speler zich bevindt, wordt zo omgedraaid, dat de witte kant boven komt te liggen. De volgende beurt kan de speler dan deze vis gebruiken om het eiland te verlaten.
     
  

Let op:
Staat een andere speler ook op het eiland, dan is het mogelijk dat deze in zijn beurt de witte vis gebruikt om verder te bewegen en deze dus weer van kleur veranderd.

 
  1. De dolfijn oproepen: De dolfijn brengt de speler op elk gewenst eiland, maar dat kost meer tijd.

    De speler zet zijn spelfiguur op de dolfijn in de bovenste rand. In zijn volgende beurt, mag hij het spelfiguur vervolgens op een eiland van zijn keuze zetten. 1 van de daar liggende stenen wordt geofferd aan de dolfijn (dus uit het spel genomen) en wordt vervangen door een nieuwe uit de buidel. Hij voert geen verder acties uit (ook geen acties die op de godenkaarten staan vermeld).

    Op de dolfijn mogen meerdere spelfiguren tegelijk staan, maar allen slechts 1 ronde lang. De dolfijn wordt niet door een vulkaanuitbarsting getroffen.


Heeft 1 van de spelers 2 figuren op het bord (zie Lono) en kan hij slechts 1 van beiden bewegen, dan heeft deze speler de keus om deze te bewegen of voor het andere figuur voor 1 van de alternatieven te kiezen. Uiteraard mag hij ook offeren in plaats van te bewegen.

Op een eiland aangekomen neemt de speler 1 van de 2 aanwezige offers. Aansluitend trekt hij een nieuwe steen uit de buidel. Trekt hij een vulkaansteen, dan wordt deze op de bordrand geplaatst en trekt een nieuwe, net zolang tot hij een offer trekt. Deze wordt dan op het eiland geplaatst.

Vulkanausbruch  Let op: Bij 2, 4, 6, 8 en 10 op de bordrand gelegen vulkaanstenen komt het tot een uitbarsting. De Pele-speler is vervolgens direct aan de beurt. Er wordt nog wel eerst een nieuw offer getrokken uit de buidel en op het eiland geplaatst.

Is er geen vulkaanuitbarsting, dan is de volgende speler (kloksgewijs) aan de beurt.
 



Offeren

Een speler offert aan een god zoveel offers als hij wil. Men mag echter nooit aan meerdere goden tegelijk offeren. Daarbij geldt verder:

-Aan de god Kane mogen enkel stenen geofferd worden waarop een zon staat. -Voor alle andere goden geldt, dat er een steen geofferd moet worden waarop het symbool van de betreffende god staat. Er mogen verder zoveel stenen met dit symbool geofferd worden als gewenst, alsmede ook Kane-stenen (zon).

Offers waarop 2 symbolen staan, mogen aan elke god geofferd worden die 1 van de 2 symbolen heeft.

Voorbeelden:
 
Offer voor Kane Offer voor Kane  Offer voor Kane (7 punten)
Offer voor Pele of Lono Offer voor Pele of Lono (2 punten)
Offer voor Pele of Lono Offer voor Pele of Lono Offer voor Pele of Lono (7 punten)
Offer voor Pele Offer voor Pele Offer voor Pele Offer voor Pele (8 punten)
Offer voor Pele Offer voor Pele Offer voor Pele Opfer für Pele (11 punten)
nicht erlaubt nicht erlaubt nicht erlaubt Niet toegestaan, er is geen god die deze combinatie aanneemt

De puntwaarde van de geofferde stenen wordt opgeteld. De speler neemt vervolgens het bijbehorende aantal tempelstenen in de kleur van de betreffende god en stapelt deze voor zich op als een torentje. De grote stenen zijn 9 punten waard, de middelste 3 en de kleine stenen 1 punt. Het beste overzicht wordt verkregen als kleinere stenen zo snel als mogelijk is tegen grotere worden ingeruild. Op die manier is snel te zien wie de grootste tempel van de bijbehorende god heeft.

De geofferde stenen worden uit het spel genomen.
 



De Godenkaarten

Heeft een speler aan een bepaalde god meer geofferd dan welke andere speler ook (zie de tempelgrootte), krijgt hij ogenblikkelijk de godenkaart van die god. De speler die tot dan toe deze kaart had, krijgt nu de beschermingskaart van deze god.

Men krijgt de beschermingskaart van een god ook, als men meer heeft geofferd aan die god, dan de huidige eigenaar van de beschermingskaart.

Voorwaarde voor het bezit van een godenkaart is in alle gevallen, dat men minstens net zoveel aan de betreffende god heeft geofferd als aan Kane.

Zodra een bezitter van een godenkaart meer offert aan de god Kane als aan de god van wie hij de godenkaart heeft, moet deze kaart onmiddellijk afgegeven worden aan de bezitter van de beschermingskaart van deze god. De beschermingskaart wordt nu aan de speler gegeven met de op 2 na grootste tempel voor die god. Is niet duidelijk wie dat is (gelijkspel bv.) dan wordt de kaart naast het spelbord gelegd. Op deze manier wordt ook gehandeld als de eigenaar van een beschermingskaart meer aan Kane heeft geofferd dan aan die god.

Bij het offeren moet dan ook goed op de mogelijkheden en consequenties van de speciale eigenschappen van de diverse goden gelet worden!

Het bezit van een godenkaart biedt de speler een sterke ondersteuning van de betreffende god. Het bezit van een beschermingskaart biedt een minder sterke mate van ondersteuning. In ieder geval biedt het bescherming tegen de uitwerking van de gelijknamige godenkaart.

Iedere speler mag meerder goden- en beschermingskaarten bezitten. Per spelbeurt mag men slechts de actie van 1 van de godenkaarten gebruiken. Voor beschermingskaarten geldt deze beperking niet.


KanaloaGodenkaart Kanaloa: De Kanaloa-speler mag na zijn spelbeurt aansluitend een visje omdraaien. Daarbij mag hij de richting of de kleur van het visje veranderen, maar niet allebei tegelijk. Hij mag de vis niet zo neerleggen dat vervolgens alle wegen van of naar een eiland zijn afgebroken.

Ook mag hij nooit spelers de laatste mogelijkheid ontnemen om van het eiland weg te gaan. Hij mag dit echter wel doen op een eiland waar hij verwacht dat een speler heen zal gaan.

Beschermingskaart Kanaloa: De bezitter van de beschermingskaart mag de Kanaloa-speler verbieden een visje met zijn kleur om te draaien.

De Kanaloa-speler mag vervolgens wel een ander visje kiezen.


Ku Godenkaart Ku: De Ku-speler berooft een medespeler bij een treffen op een eiland van 1 offersteen (naar keuze). Daarbij maakt het niet uit of de Ku-speler of de andere speler aan de beurt is. Als de Ku-speler naar een eiland beweegt, waar al meerdere spelers staan, dan kiest hij er 1 daarvan uit als zijn slachtoffer.

Beweegt een speler naar een eiland toe, waar de Ku-speler zich al bevindt, dan vindt de roof plaats voor deze speler een offersteen van het eiland neemt. Een speler die dan nog geen offerstenen bezit, kan dus niet beroofd worden.

Bevindt de Ku-speler zich aan het begin van zijn beurt op een eiland met iemand anders, dan kan op dat moment niet geroofd worden. Alleen op het eerste moment van samenkomst is dit mogelijk.

Beschermingskaart Ku: De bezitter van Ku's beschermingskaart kan niet beroofd worden.


Pele Alle getrokken vulkaanstenen worden verzameld, ook over meerdere ronden. Elke tweede getrokken vulkaansteen veroorzaakt een uitbarsting, dus de 2e, 4e, 6e, 8e en 10e. Ook als er in een beurt meerder vulkaanstenen getrokken worden, bv. de 6e, 7e en 8e, dan nog is er slechts 1 uitbarsting.

Godenkaart Pele: Komt het tot een vulkaanuitbarsting, dan is de Pele-speler onmiddellijk aan de beurt. De speler die de vulkaansteen trok, mag ook geen speciale goden-acties meer uitvoeren. Spelers die tussen deze speler en de Pele-speler aan de beurt zouden zijn, worden overgeslagen. De Pele-speler zet de vulkaan op een onbezet eiland zijner keuze. Zolang de vulkaan zich op dat eiland bevindt, mag deze door niemand betreden worden.

Vervolgens voert de Pele-speler zijn beurt uit. Ook als hij meer godenkaarten bezit, mag hij deze beurt geen verder daarbijbehorende acties uitvoeren.

Spelers met spelfiguren op een buureiland van het nieuwe vulkanische eiland moeten een beurt overslaan (ook al werden ze net ook al overgeslagen). Zij mogen niet bewegen, niet offeren en geen acties uitvoeren. De Pele-speler zelf slaat niet over, tenzij hij de godin Pele nog niets geofferd heeft (behalve als de kaart bij het spelbegin verkregen is).

Zodra de Pele-speler zijn volgende beurt beŽindigd heeft, wordt de vulkaan van het eiland verwijderd.

Beschermingskaart Pele: De bezitter van Pele's bescherming hoeft geen beurt over te slaan.

Aanwijzing: Spelers met 2 figuren op het spelbord, mogen wel met het andere figuur bewegen als 1 van de figuren op het buureiland van een vulkaan staat.


Lono Godenkaart Lono: De Lono-speler mag 2 offers van 2 naast elkaar gelegen eilanden met elkaar verwisselen. Aansluitend mag hij zijn normale beurt uitvoeren (bewegen/offeren). Ziet de Lono-speler af van het ruilen en heeft hij nog geen tweede figuur ingezet, dan mag hij dit aan het einde van zijn beurt alsnog doen.

Voorwaarde: De Lono-speler mag aan het begin van het spel nog geen tweede figuur inzetten, zolang hij nog niets aan Lono geofferd heeft.

Beschermingskaart Lono: Indien de bezitter van de beschermingskaart nog geen tweede figuur heeft ingezet, mag hij dit aan het einde van zijn beurt doen.

Het tweede spelfiguur: Het tweede spelfiguur wordt altijd op een onbezet eiland ingezet. Als een speler zijn tweede spelfiguur nog niet in wil zetten, mag hij dit ook uitstellen tot later, als hij dan maar 1 van Lono's kaarten in handen heeft.

Als een speler 2 spelfiguren in het spel heeft maar geen van Lono's beide kaarten bezit, dan moet aan het begin van zijn beurt deze speler 1 van zijn spelfiguren van het bord halen.

Bewogen wordt altijd slechts 1 van beide figuren. Wie kiest om te offeren, beweegt er geen. Als 1 figuur door de vulkaanuitbarsting geblokkeerd is, mag het andere gewoon bewogen worden. De speciale acties van andere godenkaarten mogen in dat geval echter niet uitgespeeld worden.

Kane heeft geen speciale acties tijdens het spel.
Hij zorgt er enkel voor, dat spelers de ondersteuning van hun god kwijtraken als ze meer aan Kane offeren dan aan de andere god. De offers aan Kane zijn echter wel weer zeer belangrijk aan het einde van het spel.
 



Einde van het spel

Nadat alle stenen uit de buidel gebruikt zijn, worden de laatste zeven stenen, die sinds het begin van het spel op het Bambus-logo op het spelbord lagen, in de buidel gedaan en het spel gaat normaal verder.

Als nu de 11e Vulkaansteen getrokken wordt, eindigt het spel onmiddellijk en wordt geen spelbeurt meer uitgevoerd.

Puntentelling

De Kane tempel van een speler bepaalt hoe de overige tempels gewaardeerd worden.

Tempels met een lagere waarde dan de Kane tempel tellen niet mee. Tempels met een waarde groter dan de Kane tempel worden teruggebracht in waarde tot de waarde van de Kane tempel. Hiertoe worden de stenen ingewisseld voor kleinere/weggehaald. Bewaar de verwijderde stenen wel!

Vervolgens telt elke speler de waarde van zijn Kane tempel en de andere tempels met de waarde nu gelijk aan zijn Kane tempel bij elkaar op. De speler met de hoogste totaalscore wint.

In geval van een gelijkspel, worden de niet gewaardeerde tempelstenen geteld: de tempels kleiner dan de Kane tempel en de stenen die van de andere tempels weggehaald werden.

Een voorbeeld: Een speler heeft tempels met de volgende waarden:

Kane: 16Ku: 9Kanaloa: 16Pele: 15Lono: 22

De tempels van Ku en Pele worden niet geteld, omdat ze kleiner zijn dan de Kane tempel. De Lono tempel wordt teruggebracht tot 16. Geteld worden uiteindelijk de tempels van Kane, Kanaloa en Lono met elk 16 punten (=48 punten)

Had deze speler slechts 15 stenen aan Kane geofferd, dan had de Pele tempel ook meegeteld en waren de tempels van Kane, Kanaloa, Pele en Lono elk 15 punten waard geweest, met een totaal van 60 punten!

Het loont dus niet om uitsluitend aan Kane te offeren, of om aan 1 andere god meer te offeren dan aan anderen. Het totaalbeeld moet goed bekeken worden!
 



Regels voor 3 spelers

De beschermingskaarten worden niet gebruikt; geen enkele speler geniet bescherming. Ook de Pele speler wordt dus door een vulkaanuitbarsting getroffen.

Er wordt op slechts 10 eilanden gespeeld. Op de beide eilanden met scheepswrakken worden geen offerstenen gelegd en er mogen hiernaartoe/vandaan ook geen visjes leiden. Ze kunnen/mogen dus niet betreden worden.

Aan het begin van het spel worden de godenkaarten Pele, Lono en Ku onder de spelers verdeeld. De godenkaart Kanaloa komt pas in het spel bij het eerste offer aan Kanaloa.

Regeln für zwei Spieler:

Regels voor 2 spelers Kanaloa met z'n tweeŽn zou men pas moeten proberen, na eerst een aantal malen met z'n vieren gespeeld te hebben.

De beschermingskaarten worden niet gebruikt; geen enkele speler geniet bescherming. Ook de Pele speler wordt dus door een vulkaanuitbarsting getroffen. Barst een vulkaan uit, dan wordt deze niet op eiland geplaatst, maar in open zee. De Pele speler plaatst de vulkaan op een lichtblauw veld. Getroffen worden de drie (of twee) aangrenzende eilanden. Zolang de vulkaan zich in dat zeeveld bevindt, mogen deze eilanden niet betreden worden. Ook mogen hier geen speciale acties van de godenkaarten uitgevoerd worden.

Elke speler ontvangt 2 godenkaarten. De sterkste goden, Lono en Kanaloa, moeten bij verschillende spelers zijn. Wij raden aan: Lono en Ku tegen Kanaloa en Pele.

Er wordt op slechts 8 eilanden gespeeld. Op de beide eilanden met de scheepwrakken en op de donkere eilanden naast de kano's worden geen offerstenen gelegd. Ze mogen niet betreden worden. Twee visjes van 1 kleur die niet gebruikt wordt worden met de gekleurde kant boven op 2 zeestromen gelegd. In het beste geval zo, dat elk eiland aan 3 of 4 verdergaande zeestromen ligt. Deze visjes kunnen tijdens het spel net als alle anderen door een beweging of de Kanaloa-speler van kleur of richting veranderd worden.

Het spel eindigt, als de zevende vulkaansteen getrokken is.


 



Tactische aanwijzingen:

Bij het begin van spel moeten de spelers die niet de godenkaart Ku hebben ervoor oppassen om niet teveel visjes van hun eigen kleur open te leggen. Zodra ze hier over heen bewegen, worden de visjes wit en wordt het makkelijk voor de Ku speler om zijn prooi te volgen en ronde na ronde te beroven.

In principe is het zinvol zo snel mogelijk een paar godenkaarten te verzamelen, voordat men meerdere keren aan 1 god offert. Belangrijk is het echter ook te bedenken, hoe men medespelers door nuttig te offeren de ondersteuning van een god ontneemt. Wie offert moet daarom goed opletten, wie van de andere spelers deze god een groter puntenaantal offeren kan.

Aan het begin van het spel is Kanaloa zeer sterk. De ondersteuning van deze god staat het toe andere spelers relatief makkelijk te hinderen en zichzelf een voordeel te verschaffen. Onder gevorderde spelers ontstaat dus in het begin van het spel dus al snel een strijd om de godenkaart van deze god.

De ondersteuning door Pele wordt interessant als er al een vulkaansteen ligt en het steeds waarschijnlijker wordt dat er nog 1 getrokken wordt. Minstens moet men dan de passieve bescherming van Pele genieten. Ook de beurtvolgorde is interessant hierbij. De speler links van de Pele-speler hoeft minder te vrezen om een beurt te verliezen dan de speler rechts van hem.

De ondersteuning door Lono is met name tegen het einde van het spel belangrijk, omdat de speler dan makkelijker bij de offerstenen kan komen die hij voor een goede puntentelling nodig heeft. Het inzetten van een tweede spelfiguur is vaak zinvol, maar nodigt ook de Ku-speler uit tot ingrijpen.

Ku is, met name in het spel voor 4, de zwakste god. Wel als dreiging aanwezig, komt hij dikwijls toch niet echt tot daden. Zeer sterk wordt hij echter wel in samenwerking met Kanaloa, de (ook passieve) ondersteuning door Lono (2 figuren) of Pele (vaststaande medespelers kunnen niet vluchten).
 



Overzichtskaart

Verloop van een spelbeurt

?? Tweede spelfiguur weghalen
!! Lono: offers verwisselen

Offeren (slechts aan 1 god)
- offers afgeven
- tempelstenen nemen

of Bewegen
- Bewegen over vis
!! Ku: offer roven
- Offer nemen
- Offer trekken en plaatsen

?? Vulkaanuitbarsting

Indien bewegen niet mogelijk:
-Vis omdraaien of Dolfijn oproepen
!! Kanaloa: Vis omdraaien
!! Lono: Tweede figuur inzetten
_________________________________
??=nakijken !!=optioneel

 



Met bijzondere dank aan...

...Steffi, Holger, Mirko, Antje, Uwe, Martin, Faxe, Achim, Gabi, Monika, Matthias, Jochen, Michael, Brigitte, Wolfgang, Robert, Ulf, Benni, Michael, Alexandra, Christiane, Kagi, Gela, Annaberg-Team, Hippodice-Spieleclub en alle andere speeltestSters, die ik vergeten ben hier te noemen...

... Rick Heli, http://heli.best.vwh.net/, voor de Engelse en
Frank Wils, http://www.spel-info.nl/, voor de Nederlandse vertaling.

De Auteur
Günter Cornett: in 1960 in Flensburg geboren; woont, speelt en werkt in Berlijn; ik ontwerp websites en recenseer spellen; heel graag speel ik Tichu, Kolonisten-basisspel, 1830...

De Grafisch ontwerper
Claudius Schonherr, architect, woont in Berlijn, is auteur van La Bandera.



Nederlandse vertaling door SPEL-INFO.NL, http://www.spel-info.nl , oktober 2001
 



NL - Sitemap D - Kanaloa GB - Kanaloa


Bambus-Logo: zur Startseite    Home    Sitemap    Kontakt    AGB
Bambus Spieleverlag Günter Cornett | Kopfstraße 43 | 12053 Berlin
Telefon/Fax: 030 - 612 1884 info@bambusspiele.de